Joods & christelijk platform
voor reflectie 
op de actualiteit

Andere tijden?

Ron van der Wieken |

 

“The Arabs never miss an opportunity to miss an opportunity.” Deze uitspraak is afkomstig van de Israëlische diplomaat en minister van Buitenlandse Zaken Abba Eban. Hij zei dit toen de bij de Jom-Kippoer-oorlog van 1973 betrokken Arabische staten - voor het eerst in een momentum van relatieve kracht - weigerden om met Israël te onderhandelen over gebiedsteruggave en vrede. Zij hielden zich aan “de drie keer Nee van Khartoem”, een intra-Arabische resolutie die in 1967 unaniem werd aangenomen, nadat de Arabische Liga de zes-daagse oorlog had verloren. De derde alinea van de resolutie bevat bepalingen die als de “three NO’s” bekend werden:
NO peace with Israel – geen vrede met Israël
NO recognition of Israel – geen erkenning van Israël
NO negotiations with Israel – geen onderhandelingen met Israël

President Anwar Sadat van Egypte lapte de drie Nee’s aan zijn laars toen hij in november 1977 naar Israël reisde en een toespraak hield voor de Knesset en hij samen met de onvolprezen Israëlische premier Menachem Begin de grondslag legde voor de Egyptisch-Israëlische vrede. Sadat moest die actie met zijn leven bekopen en werd in 1981 vermoord door een Egyptische officier. Maar zijn heldhaftige keuze voor vrede werd in 1984 nagevolgd door koning Hussein van Jordanie en op 15 september 2020 door de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein. De “Abraham akkoorden” zijn genoemd naar de stamvader van zowel de Joden als de Arabieren. Ze zijn inmiddels gevolgd door normalisering van de betrekkingen tussen Israël en Sudan en Marokko.

De toon van deze akkoorden is aanzienlijk warmer dan die van de vredesverdragen met Egypte en Jordanië, en in economisch opzicht zijn genoemde akkoorden zelfs buitengewoon succesvol. Ze bleken zo zeer succesvol dat de grote broer van de Golfstaatjes, Saudi-Arabië, er met enige welwillendheid naar kijkt. Dat heeft verschillende politieke achtergronden. De Saudiërs onder leiding van kroonprins Mohammed bin Salman hebben natuurlijk allang door dat er een einde gaat komen aan hun enige exportproduct, olie, en dat er met enige haast uitgekeken moet worden naar vervangende geld-in-het-laadje brengende projecten. Een goede relatie met Israël zou daarbij behulpzaam kunnen zijn: Israël staat in de Arabische wereld bekend als hypermodern en uiterst creatief.

Bovendien hebben Saudië en Israël een gemeenschappelijke levensgevaarlijke tegenstander: Iran. Een defensief verbond zou wat meer zekerheid kunnen bieden. Een nog weer andere achtergrond is, dat Saudië weliswaar met de mond de Palestijnen steunt in al hun vaak bizarre eisen, maar dat die steun langzamerhand gespeend is van elk enthousiasme. De oorzaak daarvan is dat de Palestijnen, die Abba Ebans woorden nog steeds pijnlijk waar maken, de Saudiërs – nota bene een van hun grootste geldschieters -  meerdere malen pijnlijk hard tegen de schenen hebben geschopt. Beledigende teksten als “verraders van de Arabische zaak” kwamen hard aan bij Saudi-Arabië dat ook nog eens de bewaker is van de Islamitische heilige plaatsen. Door deze schimpscheuten was Saudie in zijn Arabische én islamitische hemd komen te staan.

Eén van de oorzaken van de Palestijnse wrok is nog steeds het “Arabisch Vredes Initiatief” van 2003, waarin Saudië redelijke voorstellen deed om vrede met Israël te bereiken, maar waarin het níet uitdrukkelijk vroeg om het massaal binnen laten van alle Palestijnse “vluchtelingen”, dwz: de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de ca 700 000 in 1948 gevluchte Arabische bewoners van het mandaatgebied Palestina. Dat zijn nu zo’n 5 tot 8 miljoen mensen - die een soort erfelijke vluchtelingenstatus zouden hebben.

De Palestijnse eis van die toelating, die zou leiden tot het de facto opheffen van de Joodse staat Israël, had tot dan toe al elk zinnig gesprek met Israël onmogelijk gemaakt. De Saudische bezorgdheid om zijn economische ontwikkeling en zijn vrees voor het  lijfsbehoud ten overstaan van Iran, hadden al geleid tot tactische manoeuvres in de richting van China, maar meer nog in de richting van de Verenigde Staten. President Biden maakte het antwoord op de Saudische verzoeken om moderne wapens en vreedzame nucleaire ontwikkelingsmogelijkheden afhankelijk van een vredesverdrag tussen Saudi-Arabië en Israël.

Het lijkt er nu op dat Saudi-Arabië daar “niet onwelwillend” tegenover staat. En welk klein wonder voltrekt zich voor onze ogen? De Palestijnse Autoriteit, onder leiding van de stokoude en zeer corrupte Mahmoud Abbas heeft besloten Abba Eban niet langer in het gelijk te stellen: de PA heeft zowaar beloofd geen spaak in het wiel te steken als het tot een Saudisch-Israëlische vrede komt (wat zij wel heeft geprobeerd bij de Abraham Akkoorden).

Het is onbekend welke andere motieven dan gezond verstand hier hebben meegespeeld, maar verheugend is het wel. Overigens is het allerminst zeker dat het tot op vrede gerichte relaties zal komen. Dat de huidige Israëlische regering bestempeld kan worden als extreem rechts met weinig aandacht voor mensenrechten deert Saudi-Arabië niet. Ondanks modernisering door Bin Salman leeft het land in veel opzichten nog in de middeleeuwen, althans in westerse ogen, en is het niet bepaald een voorvechter van mensenrechten. Maar de interne onrust in Israël, met de aanhoudende enorme demonstraties tegen de regering en een premier die elk moment tot gevangenisstraf veroordeeld kan worden, maakt alles onzeker en Saudië zal niet zijn vingers willen branden aan een vrede met een  regering die dreigt te gaan vallen.

 

Deel dit bericht:

cross