Joods & christelijk platform
voor reflectie 
op de actualiteit

Over muren heen - een hoopvolle briefwisseling

Trudie van der Spek - Begemann | eindredacteur

 

Titel: Over muren heen - een hoopvolle briefwisseling
Auteur: Lody van de Kamp en Oumaima Al Abdellaoui
Uitgever: Kokboekencentrum, Utrecht 2019

Als het de wereld, als het onze maatschappij aan iets ontbreekt dan is het vrede. Alle respect voor hen die blijven proberen om die tot stand te brengen met persoonlijke inzet. Als voorbeeld van dat laatste kan goed dienen de correspondentie tussen gepensioneerde rabbijn Lody van de Kamp en scholier Oumaima Al Abdellaoui. Het is hun gelukt om te komen tot samenwerking, die de vorm heeft gekregen van een boek, getiteld: Over muren heen, dat in een ondertitel wordt omschreven als een hoopvolle briefwisseling.

Hoop op vrede natuurlijk! Wat zijn de muren? Misschien, in praktische zin bekeken, is de eerste muur in hun geval het leeftijdsverschil. Dat er al geruime tijd contacten bestaan tussen Van de Kamp en Nederlandse moslims is namelijk al bekend en in dat kader zullen de auteurs elkaar zijn tegengekomen. Op zichzelf al een knappe overwinning, want wie ouderwets is opgevoed weet dat het generatieverschil een flink obstakel kan zijn voor echt gesprek en zelfs kan uitgroeien tot een onoverbrugbare generatiekloof. Dat is vooral het geval wanneer de opvoeders (bedoeld in ruime zin) zich autoritair opstellen. “Hou je mond, ik ben je vader” is waarschijnlijk een verlegenheidsuitspraak, maar als gebod in de familieverhouding wel ook een verbod op verdere tegenspraak.

Wat een taal ons kan zeggen over de relatie van een volk tot zijn Schepper. In dit verband van communicatie over muren heen wil ik een taalverschijnsel ter sprake brengen dat mij altijd heeft geïntrigeerd; ik bedoel: de beleefdheidsvorm. Ik beperk mij tot het verschillend gebruik in het Nederlands, het Duits en het Frans. In het Engels en in het Hebreeuws is – vanuit mijn eigen taalsfeer gezegd – iedereen jij, maar in mijn moedertaal kennen we ook de U-vorm, die staat voor respect en voor afstand, en dit persoonlijk voornaamwoord werd dan ook vroeger met een hoofdletter geschreven. De hoofdletter doet voor mij bijna aan als een pictogram dat in dit geval uitdrukt: weliswaar verbondenheid in de bodem, maar bovenaan/ bovenal afstand. Ook het Duits en het Frans kennen de beleefdheidsvorm.

Binnen de genoemde drie talen doen zich op dit vlak wonderlijke verschillen voor, juist wat betreft die beleefdheidsvorm. In het Nederlands gold U niet alleen voor ouders en opvoeders en voor “allen die over ons gesteld zijn”, maar zeker en in de eerste plaats was deze beleefdheidsvorm de vocativus voor God! Als schepsel zijn wij zijn maaksel en dus zijn wij onlosmakelijk met de Maker verbonden, maar de Schepper is zelf geen onderdeel van zijn schepping. De Nederlandse aanspreekvorm illustreert die absolute afstand, die overigens door theologen in de kerkgeschiedenis nogal eens – ik neem aan: onbewust – is veronachtzaamd, zodat een denkbeeld werd geformeerd en weer hervormd en nog eens gereformeerd; oftewel: zodat toch een beeld van God werd gemaakt. Van diverse beelden die in de kerk ontstonden is het geloof van veel kerkgangers dupe geworden. Ons lief Heerke, de sinterklaas-opvatting, de succesformule, en de strenge God als genadeloze handhaver hebben tal van slachtoffers gemaakt. Om maar te zwijgen van de god die zijn volk zou hebben vervangen, zijn woord zou hebben gebroken.

Wie schetst mijn verbazing toen ik ontdekte dat in het Duits God wordt aangesproken met du…. En in het Frans met tu…. Beide talen kennen toch ook een beleefdheidsvorm. Uiteindelijke conclusie van mijn verbazing was: dat hiermee de vertrouwelijke omgang is uitgedrukt. En dat in de Nederlandse U-gewoonte vooral het respect tot uiting komt. Nog een mij verbijsterende ontdekking was dat in het Frans een verliefde jongeling aan het meisje van zijn definitieve keuze vraagt of hij U tegen haar mag zeggen…. De puntjes markeren in deze alinea steeds mijn verbazing.

In de 25e psalm komen de aspecten bij elkaar. Ik citeer het berijmde psalmversje wat ik vroeger als kind moest leren: “Gods verborgen omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont”. Vrees staat hier niet voor angst maar voor eerbied, dwz zeer diep respect. Dit diepe respect betreft in de Franse etiquette-regel de meest geliefde….! Het komt mij voor dat het Nederlandse calvinisme te weinig aandacht heeft besteed aan de verborgen omgang. Veel mensen zijn bang geworden (ook Luther was trouwens bang). Veel mensen zijn hoogmoedig geworden ten opzichte van de Joodse gelovigen en veel christenen dachten dat ze “vrij van de wet” waren alsof Jezus de Torah zou hebben afgeschaft.

Deze excurs over taal bedoelt ook te vragen naar de moslim-gewoonte in dit opzicht, tot een beter begrip van de islam. Hoe is dat in het Arabisch? Hoe Allah in het Arabisch wordt aangesproken in de islam is mij niet bekend. Dat te weten zou informatief kunnen zijn over deze godsdienst.

de muur van de cultuur

Na het generatieverschil vormt in het boek cultuurverschil een tweede overwonnen barrière, die eveneens bewondering oproept voor de scribenten die daar overheen proberen te kijken. Deze muur blijkt de minst lastige, waar beiden zich onafhankelijk weten op te stellen. Dat kan niet iedereen, dus hulde aan vooral Oumaima. Want kan dat eigenlijk wel: praten met een Jood op voet van gelijkheid? En dan als jong meisje nog wel met een man? In vooral haar cultuur immers is dit gebeuren not done; in Lody’s cultuur slechts in sommige kringen. Er bestaat zeker cultuurverschil tussen hun beider religie. En cultuurverschillen wortelen ten diepste in de religie. Eén en ander doet mij als christen natuurlijk ook denken aan het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw. Not done, en voor zijn leerlingen dan ook hoogst opmerkelijk.

de muur van de religieuze afscheiding

Het diepste verschil vormt de hoogste muur en is het religieverschil, en dat verschil vormt tevens de basis van alle muren waar overheen beiden elkaar “de hand” trachten te reiken. Hoe kan deze interreligieuze dialoog in de maatschappij dan toch mogelijk zijn? Dat kan als we in rekening brengen dat beide scribenten geloven dat er één God is. De Allerhoogste, de Ene Schepper van hemel en aarde. Dat maakt het ook voor christenen mogelijk om met moslims contacten en een goed gesprek over God te hebben. Als er meer goden zouden zijn (een islamitische, een Joodse en een christelijke) was er immers geen God, geen Allerhoogste, verheven boven alles en allen. Het “alles in allen”, waarover gesproken wordt in het laatste geschrift van het NT, is hiermee voorlopig nog in ogenschijnlijk volstrekte tegenstelling. Deze religieuze grondovereenkomst over de Ene enige God, is dan basis voor gesprek – dat uitkomt op verschillen… dat wel. Een religieus twistgesprek is zinloos voor het bereiken van maatschappelijke vrede. Maar hoe kun je dan toch onderling over muren heen vrede zoeken voor het land waar je woont, bij voorbeeld Nederland. Dat laten de scribenten zien, afgezien van de vraag hoe ver je dan kunt komen met deze nobele doelstelling. M.i. zullen sociale principes, basisprincipes als beleefdheid en respect, gedragsprincipes dus, omgangsvormen, in de gesprekken kunnen leiden tot waardering of sympathie. Voorbeelden te over.

De behoefte aan vrede is in dit boek van beide kanten drijfveer. Waar deze drijfveer ontbreekt blijft gesprek onmogelijk. Wat niet wil zeggen dat je niet ook in dat geval een poging moet wagen, omwille van de vrede. Hoofdstuk 20 is het onomstotelijk bewijs dat dit kans van slagen heeft. En dan pas, vanuit die waardering, kan ook gesproken worden over de punten waarop de doelstelling dreigt vast te lopen. Wat echter onbestaanbaar is: een religieuze fusie tussen synagoge en moskee. Maar dat is een ander niet maatschappelijk onderwerp.

de muur van de politieke controverse

De barrière die de auteurs ervaren als onoverbrugbaar – althans in elk geval binnen het bestek van hun boek – is de politieke barrière, het politieke verschil van inzicht over het Midden-Oosten, over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Ook in deze bespreking benoem ik de Arabieren die in 1948 in Israël woonden als: Palestijnen – uitsluitend voor het gemak. Deze diepgaande politieke meningsverschillen kunnen de auteurs en wij allemaal maar op één manier te lijf gaan. En dat laatste moet wel gebeuren als wij haken naar vrede! Als wij onze maatschappelijke vrede willen bereiken en liefst uitbreiden tot mondiale omvang. We zullen dan de volhardende wil moeten hebben om uit te zoeken wat de feitelijke toedracht in de vorige eeuw is geweest, toen eindelijk Hitler-Duitsland was verslagen, en de Joden in 1947 een nationaal tehuis werd toegewezen – op de plek die aan Abraham was toegezegd. De landbelofte stamt uit de Bijbelteksten die oeroude tijden beschrijven. Ook de Koran twijfelt niet aan deze landbelofte.

Persoonlijk heb ik over dit conflict gelezen een boek van Ilan Pappé, die het belang van feiten openlijk ontkent, en een boek van Efraim Karsh die zeer nauwkeurig de feiten opspoort en documenteert. En de journalist Els van Diggele heeft ons verteld hoe de media met de feiten omgaan. In het proefnummer van Opinie-pijler is haar boek Misleidingsindustrie besproken. De titel geeft haar mening ondubbelzinnig weer. Vaak wordt tegengeworpen dat iedereen anders naar de feiten kijkt. Dat kan zijn. Het voorbeeld van een verkeersongeluk op een kruispunt kan dat illustreren; je krijgt vier beschrijvingen, maar als een paal boven water staat: dat verkeersongeluk. Verschillende kijk op de zaak tast de zaak niet aan.

geschiedenis

Veel te vaak wordt onder geschiedenis het verleden verstaan, vooral door jongeren, en dan met de connotatie: vandaag niet meer belangrijk... of: ouderwets. Als scholier had ik zelf een hekel aan het vak geschiedenis. Wat kon het mij nou schelen van die slag bij Nieuwpoort in 1600? Mijn toenmalige leraren hebben mij het belang van hun vak niet duidelijk gemaakt – wat ik hun nu kwalijk neem. Ik durf zelfs te stellen dat zij het daar niet over hadden! Hopelijk ligt dat vandaag op de scholen anders. Misschien ook dom van mij dat ik het niet uit mijzelf begreep. Geschiedenis is: wat geschiedt. Niet alleen wat geschied is in het verleden; ook wat geschiedt vandaag en wat morgen zal geschieden. ‘Geschieden’ betekent: gebeuren. Wat bepaalt nu of iets van belang is in dat geschieden? Wat is eigenlijk van historisch belang? Wat de link tussen toen en nu? Is er een rode lijn die doorloopt naar de toekomst? Mij dunkt: dat wat de vrede dichterbij brengt en de oorlog voorkomt en het welzijn van de mensen bevordert – dat verlangen wij in de geschiedenis te zien en te beleven. Helaas geschiedt ook: dat wat de vrede om zeep helpt, wat oorlog ontketent en de mensen onderdrukt. Daar kunnen we pas oog voor krijgen als we het verleden bestuderen en wel als zodanig, namelijk als onderdeel van de tocht naar de vrede, en alleen als we de geschiedenis in dat opzicht serieus nemen.

Daarvoor hebben we integere en degelijke historici nodig die ons informeren over dat verleden; en geen ideologen die de feiten naar hun hand zetten en zodoende de geschiedenis vervalsen om hun zin door te drijven. Mogelijk had de rabbijn hierover nog wel een zinnige opmerking kunnen maken. Logisch dat in het korte bestek van deze particuliere correspondentie – hoe nuttig en belangrijk ook – uiteindelijk maar weinig mogelijk is. Toch moet het mogelijk zijn om bij de politieke barrière die ter sprake kwam de vraag te stellen: Hoe kunnen wij ooit deze muur afbreken, op zoek, op weg naar vrede. Hoe? Dat kan alleen via onderzoek naar de feitelijke toedracht van wat is geschied, met als drijfveer liefde tot de waarheid. En daarvoor staat niet iedereen open… Dat is de oorzaak van onvrede.

Deel dit bericht:

cross